Wie in Nederland een woning koopt, betaalt overdrachtsbelasting over de waarde van de woning. Er is één uitzondering: voor starters geldt de startersvrijstelling. Iemand die tussen de 18 en 35 jaar oud is, een woning koopt om er zelf voor langere tijd te gaan wonen en nog aan enkele andere voorwaarden voldoet, heeft eenmalig recht op de startersvrijstelling en hoeft geen overdrachtsbelasting te betalen.
Een koper die niet aan deze voorwaarden voldoet maar die de woning wel koopt om er zelf langere tijd te gaan wonen, betaalt 2% overdrachtsbelasting.
Beleggers – kopers die niet zelf in een woning gaan wonen – betalen fors meer overdrachtsbelasting: 10,4%. Dit tarief geldt voor woningen die voor de verhuur worden aangekocht, maar ook voor onder andere vakantiewoningen en bedrijfspanden. Dit hoge tarief is per 1 januari 2023 ingevoerd om beleggers af te schrikken. Het idee was dat er daardoor in de krappe woningmarkt meer woningen zouden overblijven voor starters.
Maar nu, anderhalf jaar na de invoering van dit hoge tarief, heeft de Eerste Kamer geconstateerd dat het tarief voor beleggers zo hoog is dat er juist te weinig geïnvesteerd wordt in woningen. Beleggers haken af bij zo’n hoog belastingtarief.
Daarom heeft de Eerste Kamer op 25 juni 2024 een motie van Martin van Rooijen (50PLUS) aangenomen waarin de regering verzocht wordt “om ten behoeve van de augustusbesluitvorming in kaart te brengen op welke manier de overdrachtsbelasting voor beleggers substantieel verlaagd kan worden zodat investeringen in de woningen een extra impuls krijgen”.
In het debat van 18 juni 2024 sprak demissionair minister Hugo de Jonge zijn steun uit voor deze motie. Over de verhoging van het tarief voor beleggers naar 10,4% zei hij: “Dat is echt niet goed. Daar mogen we gewoon eerlijk in zijn. Dat is niet goed. Waarom? Daarin zijn we gewoon doorgeschoten. Want wat betekent dat? Dat betekent Nederland, als je het internationaal vergelijkt, in Europa ongeveer het hoogste tarief heeft, misschien wel hét hoogste tarief van overdrachtsbelasting". Hij staat dan ook achter een verlaging van het hoge tarief. "Je kunt bijvoorbeeld van 10,4% weer terug naar 8%. Ik denk dat men het liefst van 10,4% naar 6% zou willen gaan.”
Zo’n verlaging slaat wel een gat in de begroting en dat gat moet gedicht worden. De Jonge: “ik denk dat je grosso modo kunt zeggen dat iedere procent verlaging voor de beleggers een halve procent verhoging voor de particulieren betekent.” De rekening voor een tariefsverlaging voor beleggers komt dus te liggen bij particulieren die een eigen huis kopen. Als het tarief voor beleggers verlaagd wordt naar 6%, zoals De Jong wil, betalen ‘gewone’ kopers volgens hem 2,2 procent meer overdrachtsbelasting. Bij een gemiddelde woningprijs van € 432.000 betekent dat een belastingverhoging van € 9.504,00.
Maar morgen treedt de nieuwe regering aan en is Hugo de Jonge geen minister meer. En de motie die de Eerste Kamer heeft aangenomen, betreft alleen nog maar een verzoek aan de regering om de situatie in kaart te brengen. Het is dus afwachten wat er met de overdrachtsbelasting gaat gebeuren.
Sta jij op het punt een woning te kopen of te verkopen? En heb je een beëdigde vertaling nodig van het koopcontract of de akte van levering?
Wij helpen je graag. Als beëdigde juridische vertalers hebben wij ruim 75 jaar ervaring in het vertalen van notariële akten en contracten. Neem contact met ons op of vraag direct een offerte aan.
Offerte voor een beëdigde vertaling aanvragen